2. Aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving
Woningbouwopgave
In de regio moeten er tot 2040 naar verwachting 100.000 woningen bijkomen. Volgens de doorkijk in de Woondeal (In de Woondeal staan afspraken tussen het Rijk, provincies en gemeenten over hoeveel en voor welke doelgroep er woningen worden gebouwd) gaat het voor Laarbeek om nog 2.805 woningen. De Woondeal is leidend voor het aantal woningen en de bijbehorende prijsgrenzen. De komende jaren ligt de focus op het bouwen van 825 woningen tot en met 2030. Dat is met alle uitdagingen een flinke opgave.
Laarbeek wil meegroeien én het dorpse karakter van de dorpen behouden. Er is aandacht voor wijken in balans. Niet elke locatie is geschikt voor elke ontwikkeling. Dorpse hoogbouw (In de Omgevingsvisie Kernen is bepaald dat op sommige plekken woongebouwen tot maximaal drie, vier of vijf verdiepingen zijn toegestaan) kan, als dit de buurt versterkt, maar het is geen doel op zich. Bij het maken van keuzes is de bestaande situatie het vertrekpunt. Er is ruimte voor verschillende woonvormen. Door woningen voor starters en senioren te combineren ontstaat meer contact tussen bewoners, kijken mensen meer naar elkaar om en blijft de buurt leefbaar. Per situatie wordt gekeken welke regie de gemeente neemt.
Inwoners uit onze kernen hebben steeds meer moeite om een woning te vinden in hun eigen dorp. Er is veel vraag en weinig aanbod. Het is belangrijk dat onze inwoners zo veel als mogelijk een passende woning kunnen vinden. Middenhuur- en betaalbare koopwoningen verdienen daarbij extra aandacht.
Er zijn inwoners die in een woning wonen die niet meer past bij hun levensfase of behoefte. Dit vraagt om meer beweging op de woningmarkt. Een positief gevolg is dat kosten voor woningaanpassingen vaker kunnen worden voorkomen. Woningcorporaties zijn hierbij belangrijke partners.
Het doel is wijken en buurten te creëren waar contact tussen bewoners vanzelf ontstaat. Ook de kwaliteit van de woningen is belangrijk. Daarom is er aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit voor de lange termijn. Bij gebiedsontwikkeling gaat het niet alleen om de woningen zelf, maar ook om hoe de wijk wordt ingericht. Wonen is meer dan alleen een dak boven het hoofd.
Er is aandacht voor sociale en maatschappelijke uitdagingen in de wijk. Projecten zoals ‘Zonnetij’ bieden een inspirerend voorbeeld voor andere kernen. Dit project kenmerkt zich door de woonvorm en de samenwerking met verschillende partners. Seniorenwoningen, zorg en omzien naar elkaar komen hierin samen. Zo kunnen senioren langer zelfstandig wonen en worden de zorgkosten beperkt.
De bestaande woningen worden beter benut. Dit kan door woningen waar mogelijk te splitsen of andere gebouwen een woonfunctie te geven. Het gaat bijvoorbeeld om grote woningen, voormalige bedrijfspanden en kerken.
Dat doen we door:
- Vast te houden aan de prijsgrenzen en aantallen uit de Woondeal, inclusief 30% sociale huur.
- Te zorgen voor voldoende woningbouw in elk van onze kernen.
- Per locatie af te wegen welke ontwikkeling gewenst is.
- Waar nodig of strategisch wenselijk situationeel grondbeleid toe te passen. (Situationeel grondbeleid betekent dat de gemeente per situatie een bewuste afweging maakt over de rol van de gemeente in een gebiedsontwikkeling.)
- Te sturen op de bouw van woningen die aansluiten bij de behoefte van inwoners. Een groot deel is betaalbaar en geschikt voor verschillende doelgroepen.
- Inwoners van Laarbeek voorrang te geven bij koop- en huurwoningen, binnen de wettelijke mogelijkheden.
- Nieuwe maatregelen te onderzoeken om doorstroming te verbeteren.
- Wijken te ontwikkelen waar contact tussen bewoners vanzelf ontstaat.
- Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen ook ontmoeting, groen en voorzieningen mee te nemen.
- Verschillende woningtypen te combineren.
- Wonen, zorg en ‘omzien naar elkaar’ in elke kern beter te combineren zoals in het voorbeeld van ‘Zonnetij’.
- Senioren mogelijkheden te bieden om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen.
- Het huidige transformatie- en splitsingsbeleid te actualiseren.
- Een volkshuisvestings-verordening op te stellen.
Mobiliteit
De regio groeit. Het verkeer neemt toe, terwijl het wegennet nu al onder druk staat. In de toekomst wordt dit probleem nog groter. Het is belangrijk dat Laarbeek goed bereikbaar, leefbaar en veilig is. Mensen moeten zich veilig kunnen verplaatsen van, door en naar onze gemeente. Daarom ligt de focus op het verbeteren van bestaande knelpunten en de verkeersveiligheid.
Wandelen en fietsen zijn goede alternatieven voor de auto. Dit zijn manieren om de druk op de wegen te verminderen én ze zijn goed voor de gezondheid en beweging. Inwoners van Laarbeek fietsen minder dan gemiddeld. Binnen de dorpen is het belangrijk om lopen en fietsen te stimuleren. Tussen de dorpen en naar andere gemeenten is de fiets ook een goed alternatief voor de auto, zeker via snelfietsroutes.
Onze bereikbaarheid vraagt ook om frequent en betrouwbaar openbaar vervoer. De provincie besluit hierover, maar de gemeente kan hier aandacht voor vragen. Een belangrijk punt is een goede noord‑zuidverbinding met haltes in Laarbeek. Niet in alle delen van onze dorpen is frequent openbaar vervoer mogelijk. Om het openbaar vervoer toch aantrekkelijk te maken, is er aandacht nodig voor het laatste deel van de reis (de zogenaamde last mile). Hierbij worden ook ondernemers betrokken.
Een duidelijke en aantrekkelijke hoofdwegenstructuur is nodig om te voorkomen dat doorgaand verkeer door de kernen rijdt. De N279 en N615 zijn belangrijke provinciale wegen. Beide wegen hebben aanpassingen nodig om goed te functioneren op de lange termijn en het verkeer uit Laarbeek en de regio goed af te wikkelen.
Dat doen we door:
- De bereikbaarheid en verkeersveiligheid in Laarbeek te verbeteren.
- Verkeersknelpunten, zoals benoemd in het mobiliteitsplan, aan te pakken.
- Lopen en fietsen te stimuleren binnen en tussen de dorpen en hier bij de inrichting van de openbare ruimte rekening mee te houden.
- Bij te dragen aan de realisatie van snelfietsroutes.
- Bij de provincie te lobbyen voor betrouwbaar en frequent openbaar vervoer.
- Bij de provincie te lobbyen voor een nieuwe noord-zuidverbinding voor het openbaar vervoer met haltes in Laarbeek.
- Te onderzoeken of deelvervoer, vanaf haltes waar veel mensen in- en uitstappen, een goede oplossing kan zijn voor het laatste deel van de reis.
- Een studie naar alle mogelijke opties voor een alternatieve oost‑westverbinding te starten, samen met de provincie en onze buurgemeenten.
- In te zetten op de aanleg van de N279 met 2×2 rijstroken en ongelijkvloerse kruisingen.
- Samen met de provincie over te gaan tot de uitvoering van aanpassingen bij de Beekse brug.
- Samen met de provincie over te gaan tot realisatie van een rotonde bij Deense hoek.
Ruimte voor economische groei
De ruimte is schaars en daarom moeten duidelijke keuzes gemaakt worden. Dit vraagt om een sterke en toekomstbestendige economie, met ruimte voor bedrijven die passen bij Laarbeek én bij de beschikbare ruimte. Daarom is het uitgangspunt dat het juiste bedrijf op de juiste plek komt. Daarbij wordt gekeken naar wat een bedrijf bijdraagt aan de economie en aan de samenleving om ‘verdozing’ zonder toegevoegde waarde tegen te gaan.
Het is belangrijk dat er voldoende ruimte is voor bedrijven die passen bij onze gemeente en de regio. Samen met de regio worden grotere werklocaties ontwikkeld die bijdragen aan de doorstroming van lokale bedrijven die vanwege hun groei niet meer passen op een lokaal bedrijventerrein.
In samenwerking met ondernemers wordt gekeken hoe bestaande bedrijventerreinen beter en slimmer benut kunnen worden. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een hogere kwaliteit van de bedrijventerreinen. Groei is toekomstgericht en past bij de beschikbare energie, ruimte en grondstoffen. Nieuwe plannen mogen bestaande knelpunten niet groter maken.
De winkelgebieden en dorpscentra in Laarbeek spelen een belangrijke rol in de gemeenschap. Ze zijn belangrijk voor een prettige woonomgeving en dragen bij aan de leefbaarheid, lokale economie en werkgelegenheid. Samen met ondernemers wordt gewerkt aan winkelgebieden en dorpscentra die klaar zijn voor de toekomst.
Het buitengebied moet aantrekkelijk en toekomstbestendig zijn voor agrarische ondernemers. Er is aandacht voor verduurzaming en een gezonde toekomst van de agrarische sector. Daarbij wordt gewerkt binnen de landelijke en provinciale regels, zonder extra lokale regels. In het buitengebied is ruimte voor kleinschalige recreatie en toerisme zolang dit past bij het landschap en de omgeving.
Recreatie en toerisme dragen bij aan een aantrekkelijk gebied voor inwoners en bezoekers. Vrijetijdsbesteding en toerisme worden gestimuleerd door samenwerking met regionale partners, zoals Toeristisch Laarbeek, Land van de Peel en Van Gogh Nationaal Park. Zo wordt gewerkt aan een herkenbaar en samenhangend aanbod voor recreatie en toerisme.
Dat doen we door:
- Bedrijventerrein Bemmer V te ontwikkelen.
- Samen met gemeenten uit de regio regionale bedrijventerreinen te ontwikkelen.
- Samen met ondernemers te onderzoeken hoe we bestaande bedrijventerreinen beter en slimmer kunnen gebruiken.
- Winkelgebieden en dorpscentra toekomstbestendig en aantrekkelijk te houden voor inwoners.
- Te onderzoeken hoe leegstand van agrarische bebouwing voorkomen kan worden.
- Kleinschalige ontwikkelingen van recreatie en toerisme te ondersteunen.
- Blijvend te investeren in de promotie van het bezoek aan Laarbeek en de Peel.
Arbeidsmigranten
Ondernemers zijn van grote waarde voor de lokale economie en werkgelegenheid. Daarbij hoort ook aandacht voor goede en passende huisvesting en het welzijn van werknemers. De huisvesting van arbeidsmigranten moet voldoen aan de geldende normen en is bedoeld voor personen die maximaal drie jaar in de gemeente verblijven. Van werkgevers wordt verwacht dat zij hiervoor verantwoordelijkheid nemen en zelf zorgen voor passende huisvesting. Ondernemers kunnen hierbij ook samenwerken.
Bij de locatiekeuze voor huisvesting is aandacht voor leefbaarheid. Het is niet wenselijk dat arbeidsmigranten in woonwijken of op bedrijventerreinen worden gehuisvest. Duidelijkheid voor initiatiefnemers is belangrijk. Er is immers ook ruimte nodig voor passende initiatieven binnen de gemeente.
Dat doen we door:
- Werkgevers verantwoordelijkheid te laten nemen voor de huisvesting van hun werknemers.
- In de herijking van het arbeidsmigrantenbeleid aan te geven waar welke vormen van huisvesting mogelijk zijn en in welke omvang.
Energietransitie
Het elektriciteitsnet staat onder grote druk. De beschikbaarheid van elektriciteit is niet meer vanzelfsprekend. Dit heeft gevolgen voor alle (bouw)projecten waar elektriciteit voor nodig is. Het doel is om de risico’s van netcongestie zo klein mogelijk te houden. De ontwikkeling van nieuwe grootschalige locaties voor energieopwekking past hier niet bij.
Waar mogelijk worden maatregelen genomen om netcongestie te beperken. Initiatieven worden op elkaar afgestemd, door de gemeente ondersteund en actief opgepakt. Er is aandacht voor goede samenwerking en heldere communicatie binnen de gemeente en met partners. De Metropoolregio Eindhoven heeft hier de regie en daar wordt bij aangesloten.
Netbewust beleid is noodzakelijk. Dat betekent aandacht voor gedrag en het onderzoeken van goede alternatieven. Daarbij wordt gekeken naar ontwikkelingen op regionaal en landelijk niveau. De gemeente geeft het goede voorbeeld en neemt een actieve rol. De bewustwording bij inwoners en ondernemers over de noodzaak van ander gedrag en alternatieven moet worden vergroot. Inwoners en ondernemers worden gestimuleerd om hun energiegebruik te spreiden en pieken te voorkomen. Ook wordt verduurzaming van woningen en panden aangemoedigd, bijvoorbeeld door betere isolatie. Zo wordt duidelijk wat mensen zelf kunnen doen voor hun energieverbruik. Dit kan leiden tot minder energiegebruik en helpt om energiearmoede tegen te gaan.
Dat doen we door:
- Strategische keuzes te maken bij het reserveren van capaciteit op het elektriciteitsnet binnen het nieuwe ACM-prioriteringskader (De Autoriteit Consument en Markt bepaalt met het prioriteringskader wie voorrang krijgt op het elektriciteitsnet als er te weinig ruimte is).
- Ons maximaal in te zetten om initiatieven van netbeheerders mogelijk te maken die de stroomvoorziening verbeteren.
- Te werken volgens netbewust beleid met oog voor de grenzen van het elektriciteitsnet.
- Gemeentelijk vastgoed te verduurzamen volgens de Routekaart.
- Alternatieven te stimuleren die het net minder belasten.
- Inwoners en ondernemers goed uit te leggen waarom ander gedrag en alternatieven nodig zijn.
- Inwoners en ondernemers te helpen om hun energiegebruik te spreiden en pieken te voorkomen.
- Inwoners en ondernemers te helpen om hun woningen en panden te verduurzamen, bijvoorbeeld door isolatie.
- Zoveel als mogelijk energiearmoede tegen te gaan.
Klimaatadaptatie
Het klimaat verandert. Het weer wordt steeds extremer, met extreme hitte, hevige regenbuien en langere periodes van droogte. Dat merken we allemaal. Daarnaast wordt drinkwater steeds schaarser. Duurzaamheid helpt om beter om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering.
Een andere manier van denken en doen is noodzakelijk. Klimaatadaptatie betekent dat gedrag en onze leefomgeving moeten worden aangepast. Dit kan alleen in een samenleving waarin inwoners en ondernemers samen met de gemeente werken aan oplossingen voor de gevolgen van klimaatverandering. De bewustwording bij inwoners en ondernemers over de noodzaak van ander gedrag en andere oplossingen moet worden vergroot.
De gemeente geeft het goede voorbeeld en neemt een actieve rol. Zo laat de gemeente zien dat het ook anders kan. Bewustwording bij inwoners en ondernemers helpt hen om zelf een bijdrage te leveren. Dat kan in het dagelijks leven, maar ook in en rond de eigen woning of het bedrijf. Dit wordt gecombineerd met aanpassingen in de openbare ruimte. Het gaat bijvoorbeeld om zuinig omgaan met energie en (drink)water, het verminderen van hitte en het voorkomen van wateroverlast.
Ook andere overheden werken aan dit onderwerp. Zij stellen bijvoorbeeld regels en normen op voor klimaatadaptatie. Het is belangrijk dat initiatiefnemers duidelijk weten aan welke regels en normen zij zich moeten houden.
Dat doen we door:
- De openbare ruimte klimaatadaptief in te richten.
- Inwoners en ondernemers goed uit te leggen waarom ander gedrag en andere oplossingen nodig zijn.
- Inwoners en ondernemers te ondersteunen bij het maken en uitvoeren van plannen voor klimaatadaptatie.
- Maatregelen op het eigen perceel van inwoners en ondernemers te stimuleren, zoals het afkoppelen van regenwater.
- De vindbaarheid van en duidelijkheid over geldende normen voor initiatiefnemers te vergroten, bijvoorbeeld voor waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Toekomstbestendige openbare ruimte
Buiten is de plek waar mensen verblijven, bewegen en elkaar ontmoeten. Dit vraagt om een groene en toekomstbestendige openbare ruimte. De openbare ruimte moet veilig en goed toegankelijk zijn voor iedereen en een groene en verzorgde uitstraling hebben. De inrichting past bij de eisen van deze tijd en het onderhoud is efficiënt. De verwachtingen van inwoners over het onderhoud zijn hoog. Tegelijk is de mate van onderhoud een bewuste keuze. Daarbij wordt gekeken naar de balans tussen de verschillende functies van een ruimte en de kosten.
Bij het ontwerpen, inrichten en beheren van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met klimaatverandering. Er is aandacht voor het omgaan met extreme weersomstandigheden, zoals hitte, droogte en hevige regen. Aandacht voor natuur, groen, gezondheid en biodiversiteit is vanzelfsprekend. Dit is geen keuze, maar het uitgangspunt.
Er wordt gewerkt met een herkenbare en vaste basis voor de inrichting van de openbare ruimte. Dit betekent dat er vaste uitgangspunten zijn voor materialen, kleuren, inrichting en uitstraling, zoals bij bestrating en groen. Tegelijk blijft er ruimte voor maatwerk op plekken waar dat wenselijk is. Zo blijft de eigen identiteit van dorpen en buurten behouden, terwijl de openbare ruimte wel één samenhangend geheel vormt. Dit zorgt voor een prettige uitstraling en maakt het ontwerpen en beheren van de openbare ruimte eenvoudiger en efficiënter. Deze aanpak is ook duurzaam en praktisch. Goed functionerende inrichtingselementen worden daarbij niet zonder meer vervangen.
Dat doen we door:
- Eenvoudig en efficiënt onderhoud te organiseren.
- Onderzoek te doen naar de balans tussen het onderhoud op plekken met verschillende functies en de kosten.
- Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen de openbare ruimte natuurinclusief (Een natuurinclusieve inrichting van de openbare ruimte houdt rekening met de natuur, groen, gezondheid en biodiversiteit) in te richten met aandacht voor toegankelijkheid.
- De 3-30-300 regel (De 3-30-300-regel beschrijft dat iedere inwoner vanuit zijn woning tenminste drie bomen moet kunnen zien, dat 30% van de oppervlakte in elke wijk voorzien moet zijn van een bladerdak en dat iedereen binnen 300 meter vanaf zijn woning een park of groene ruimte moet kunnen bereiken van tenminste 1 hectare) te gebruiken als denkrichting bij het ontwerpen en inrichten van de openbare ruimte.
- Meer samenhang en herkenbaarheid in de inrichting van straten, pleinen en groen te creëren met behoud van de identiteit van dorpen en buurten.
- Bij herinrichting van de openbare ruimte materialen zoveel mogelijk te hergebruiken, eventueel op een andere plek.
Natuur, landschap en erfgoed
Natuur, landschap en erfgoed bepalen het karakter van de gemeente en het buitengebied. Ze zijn belangrijk voor de leefomgeving, onze identiteit en het welzijn van inwoners. Het behoud en de versterking van natuur, landschap en erfgoed zijn belangrijk. Het buitengebied blijft groen, open en herkenbaar. Nieuwe initiatieven zijn mogelijk als ze bijdragen aan een leefbaar, duurzaam, klimaatadaptief en aantrekkelijk buitengebied. Natuur, landschap en erfgoed krijgen de ruimte om zich verder te ontwikkelen.
De verbindingen tussen natuurgebieden worden versterkt en waar mogelijk komt er meer groen in de buurt van woningen. Dit draagt bij aan biodiversiteit en een sterk en samenhangend natuurlandschap. Dit gebeurt in samenwerking met onze partners, zoals terreinbeheerders en ondernemers.
Het erfgoed van Laarbeek is van grote waarde. Historische landschappen, gebouwen en structuren vertellen het verhaal van onze gemeente en geven het gebied een eigen identiteit. Erfgoed wordt beschermd en behouden. Het uitgangspunt daarbij is behoud door ontwikkeling: wanneer dat nodig is voor het behoud, kan erfgoed een nieuwe of versterkte functie krijgen die past bij de omgeving.
Dat doen we door:
- Ons open landschap en de kleinschalige landschapselementen te beschermen, te behouden en te versterken.
- Ontwikkelingen in het buitengebied te faciliteren wanneer deze passen bij het landschap en de kwaliteit ervan verhogen.
- Samen met het waterschap te werken aan beekherstel om de natuur- en waterkwaliteit te versterken en landschappelijke structuur te verbeteren.
- Een balans te zoeken tussen recreatie aan de ene kant en biodiversiteit en natuur aan de andere kant. Op sommige plekken krijgen flora en fauna daarbij voorrang.
- Ontwikkelingen in het buitengebied waar het kan en gewenst is te koppelen aan recreatie, waterbeheer en klimaatadaptatie.
- Betere afstemming tussen en beheer door de verschillende terreinbeheerders te stimuleren.
- Aanpassingen in het beheer en onderhoud in het kader van biodiversiteit
- Erfgoed te behouden en te versterken volgens het principe behoud door ontwikkeling.
Omgevingsvergunningen
Vergunningverlening en toezicht moeten goed en efficiënt zijn geregeld. Kennis van de lokale situatie en betrokkenheid bij de gemeente zijn daarbij belangrijk. Ook laagdrempelig contact en duidelijke adviezen zijn van groot belang. Hierbij hoort een meedenkende en faciliterende houding. Vergunningverlening staat dicht bij initiatiefnemers en sluit goed aan bij hun behoeften.
Dat doen we door:
- De voor- en nadelen van het terughalen van de externe vergunningverlening in eigen huis te onderzoeken.
- Gemakkelijk bereikbaar te zijn voor inwoners en initiatiefnemers.
- Heldere en begrijpelijke adviezen te geven.
- Initiatiefnemers te ontzorgen door waar mogelijk gemeentebreed onderzoeken uit te voeren, zoals het soortenmanagementplan (Een soortenmanagementplan is een gemeentebreed plan dat beschrijft waar beschermde diersoorten in de gemeente voorkomen en hoe deze moeten worden beschermd tijdens bouwen en verduurzamen, waardoor per project minder onderzoek nodig is).
- Medewerkers in te zetten die de lokale situatie kennen en weten wat er speelt.
Omgevingswet
De invoering van de Omgevingswet vraagt ook de komende jaren veel aandacht. Plannen, beleidsstukken en de manier van werken worden aangepast, terwijl aanvragen gewoon worden behandeld. Dit vraagt om een flexibele manier van werken.
Dit moment wordt gebruik om de vele visies en beleidsstukken te ordenen. Deze worden samengebracht in één omgevingsvisie, in een van de omgevingsprogramma’s of in het omgevingsplan. Zo worden de documenten overzichtelijker, makkelijker te lezen en beter te begrijpen.
Dat doen we door:
- Alle ruimtelijke plannen en beleidsstukken te laten aansluiten op de Omgevingswet.
- Overzicht te maken door minder losse documenten en meer samenhang.
- Duidelijke en leesbare beleidsstukken te maken.
- Flexibel te werken, zodat de dienstverlening blijft doorgaan.